3 Markten

Purmerend Marktstad

Waar het ooit mee begon.

Een merkwaardig historisch document die te vinden is in het Waterland archief.

Johan, Heer van Egmond en tot Purmerend, vergunt zijn onderzaten twee jaarmarkten:

De eene, 8 dagen na Meiendag, de andere op den eersten dag na St. Victoir.

 

Zo’n 80 jaar geleden kon men zeggen dat Purmerend één keer per week door de marktperikelen zo ontzettend veranderd. De Purmerender komt tot leven en iedereen uit de hele omgeving ook. Alles wat met de markt te maken heeft, komt heel vroeg in de ochtend in beweging. Het is een dag waarbij de handel, verkoop, vertier en vooral de verdiensten voorop gaan. Op allerlei manieren wordt het vee naar de Marktstad gedreven. Het transport via de beurtschepen, te voet, de handkar of met paard en wagen. De trein en het stoomtrammetje werden flink gebruikt voor het vervoer van vee in speciale wagons. De vele stallingen die Purmerend kent, zijn vaak de dagen ervoor al in gebruik. Vanuit het hele land kwamen de handelaren om te kopen en te verkopen. Om dus een indruk te krijgen hoe het er toe ging op zo’n een dag, laten ansichten wel zien.

Waarschijnlijk is de oudste markt de Vismarkt. Op de ansicht staat deze op het Venedien, aan het eind van de 19e eeuw werd deze verplaatst van de Vischmarkt (Oude Vismarkt)  Rond 1500 bestond de grootste handel uit paling. Purmerend stond in die tijd heel bekend om zijn goede aal. Purmerend lag toentertijd tussen drie meren in en had de grootste inkomsten van de visserij.

Een van de oudste foto’s van Purmerend met de vismarkt op de Oude Vismarkt. Eigenlijk is er niets dat herkenbaar is, het enigste pand wat nog staat is het 2e pand op de Wagenbeurs. Hier was in het verleden een groentezaak gevestigd. Taman was de laatste groentewinkel.

 

De vooruitgang vond toen ook plaats en zo gebeurde het dat er plannen werden gemaakt om stukken water in te dijken en deze meren droog te malen. Zo gebeurde het dus dat in 1612 het eerste werk naast Purmerend geklaard was. De Beemster veranderde van water tot een polder waar nu, zo’n kleine 400 jaar later volop landbouw en veeteelt bedreven wordt. Hetzelfde gebeurde in 1622 met de Purmer en nog vier jaar later was de Wormer aan de beurt. Voor Purmerend brak een nieuwe tijdperk aan met grote mogelijkheden. Met de marktrechten die Purmerend heeft, kon men nieuwe marktvormen ontwikkelen. Naast de warenmarkt en de vismarkt, kwamen de veemarkt, kaasmarkt, botermarkt en nog wel meer markten.

De veemarkt was tot voor kort wel de meest bekende markt in Nederland. Ongekende drukte op de veemarkt met koeien en kalveren. Vele boeren met petten op, de handelaren die zich onderscheiden met hoeden, kwamen in grote getale naar de marktstad. Purmerend had in die tijd veel marktcafés waar ook slaapgelegenheid was.

Naast de koeienmarkt was de schapenmarkt, welke ook een belangrijke plaats innam op dinsdag. Zo gebeurde het wel als je erg dicht bij de schapen was en dan s’avonds thuiskwam, er in je kleren vele schapeteken zat. Enge beesten die parasiteren in de huid van schapen.

 

Je loopt vanuit de Koemarkt naar de Dubbele Buurt en vind je de warenmarkt op je weg. Een lange markt die door de hele binnenstad te vinden is en waar de huisvrouw haar producten kan kopen.

Een levendige handel en wandel, met van alles wat. Potten en pannen, groente en fruit, laarzen en klompen, vis en vlees en ga zo maar door. Al jaren zet de familie Modder de kramen neer.

Nog een markt die in de verbeelding spreekt, is de kippenmarkt. De afgelopen 50 jaar heeft deze markt op veel plekken gestaan. Voor veel mensen is het Slotplein nog steeds de kippenmarkt. Ook heeft ze jaren tussen de FEBO snackbar en de Hoornse brug gestaan en het als laatste stond ze op de Koemarkt en daar werd het steeds minder. Er zijn nog een paar handelaren over. Als je op de ansicht kijkt  dan was het begin 1900 een heel drukke markt met zeer veel handel.