Kerstbomen verzamelen tussen kerst en Nieuwjaar in Purmerend.

Tussen Oud  en Nieuw werd  in Purmerend op traditionele wijze het  jaar afgesloten. Op veel plekken in onze  stad werd het oud jaar met kerstboombranden gevierd. Een traditie die steeds weer een groot feest was. Zo ook op het plein waar ik woonde, het Jhr. van Cittersplein in de Overwhere. De periode dat ik daar woonde, was tussen 1963 en 1969. De Wheermolen lag onder het zand en er was nog geen nieuwbouw  te zien, alleen een verdwaalde boerderij. Het Jhr. van Cittersplein was een heel gezellig plein met veel grote gezinnen en dus ook veel jonge kinderen. Het eind van het jaar was dus ook voor ons om naar uit te kijken. Soms voor de kerst vonden we de eerste kerstbomen bij de scholen. Ik viste vrij veel en zo gebeurde het dat ik in de Where mijn hengel had uitgegooid, vol verbazing keek ik wat er in de Where lag. Waarschijnlijk was er een handelaar in kerstbomen die veel bomen over had en  niet kwijt kon. Dan maar in de Where dumpen, zal deze gedacht hebben.Voor mij was het goede handel voor de kerstbomenbrand. Het vissen was meteen over en met veel moeite had ik zo’n vijftig bomen op de kant weten te krijgen. De schroothoop van De Boer en Slooten was een goede schuilplaats en ik verstopte daar alle bomen. s’Avonds hebben we ze met een grote groep kinderen naar het Cittersplein gebracht.   Als Citterspleiners hadden we een grote groep jongens en meiden waar veel ontzag voor was, althans dat vonden we zelf.  Confrontatie met andere groepen gaf weleens aanleiding om bomen te jatten/stelen van elkaar. Vooral het Cavaljeplein en de Hazepolder waren tussen Kerst en Nieuwjaar grote rivalen/vijanden. Van s’morgens vroeg tot s’ avonds liepen de hele Overwhere door te struinen voor kerstbomen. Menig kerstboompje die geplant was in de achtertuin moest het ontgelden voor de kerstbomendrift van de groep. Naast de bomen in de achter tuinen, keken we natuurlijk of er opslagplaatsen waren van andere groepen. Menig geheime plek werd op die manier geplunderd. Zo herinner ik me een oudejaarsavond, waar we een opslag ontdekte ergens in de vrouwenbuurt ( Suze Groenewegstraat)  boven een dak van een schuur. Afgeschermd met prikkeldraad dachten ze dat het veilig was en niet geplunderd kon worden. Een mooie hoeveelheid bomen  die meteen op de brandstapel gelegd kon worden. Met een man of twintig gingen we er om een uur of acht op af  met de nodige geleende gereedschappen van onze pa’s. Niet wetende het leed wat toen veroorzaakt werd, was de spanning om de bomen weg te kapen voor de andere groep heel groot. Vijftig bomen meer op de stapel was de moeite waard om het te proberen en het lukte ook nog zonder dat iemand het in de gaten kreeg. Ook liepen we het wel eens op dat wij aangehouden werden door grotere jongens en dat wij de kerstbomen moesten afstaan om niet in elkaar geslagen te worden. Onze beurt was dan om een aantal oudere buurjongens mee te krijgen en vervolgens de opgeëiste bomen weer terug te jatten.  Het aantal kerstbomen die we  bij elkaar vonden liep in de honderden. Onze geheime plekken waar de bomen lagen zijn nooit ontdekt door andere geïnteresseerden in kerstbomen. We begonnen met verstoppen altijd bij de flat met het hoogste nummer, de dwars staande flat waar de fanatiekste kerstbomenverzamelaars woonden. Bij de boxen is een halve kelderkast waar de watermeters in zaten. Je kon de deur openen met een vierkant sleutel en er ongeveer tien tot twaalf kerstbomen in persen. We hebben wel eens een jaar gehad waarbij alle flatingangen helemaal bezet waren met kerstbomen.Alle bewoners wisten natuurlijk wat er zou gaan gebeuren op oudjaar en keken er naar uit om de grote brand mee te maken. Alle auto’s werden weggehaald door de bewoners en geparkeerd op de nu hetende Den Uijllaan, die eindigde  tegen het spoor. De waakzaamheid werd steeds groter omdat alle kerstbomen tevoorschijn werden gehaald.
Op de vaste plek bij mij voor de deur werden de bomen op een grote hoop gegooid, met de nodige andere rommel, zoals autobanden. Dan maar wachten tot 12.00 uur en een  bus benzine ging over de hoop kerstbomen heen  om de fik  er goed in te krijgen. Als trouwe bezoeker kwam de juut/politie ook even om de hoek  kijken of er geen gevaarlijke toestanden konden gebeuren. Om 12.00 uur was het dan zover en werd het nieuwe jaar ingeluid met veel vuurwerk en de nieuwjaarsbrand op het plein. Binnen enkele tellen was het een gigantische brand waar de vlammen soms boven de flat uitkwam.  Een jaar was het zo mistig, dat de rook van de brand bleef hangen tussen de flatgebouwen. En stinken dat het deed, maar het mocht de pret niet drukken. Niet ieder ouder zal daar zo over gedacht hebben. Maar ja, eigenlijk is het altijd wel goed gegaan. Toen ik van het Jhr Van Cittersplein vertrok, was er nog steeds jaarlijks een kerstbomenbrand, hoewel het steeds minder werd.  De tientallen  branden door heel Purmerend gaf toch wel behoorlijk veel overlast en uiteindelijk is het zelfs verboden. In mijn jeugd was deze traditie heel erg leuk en bracht veel actie onder de jongeren van toen.