Stadswallen ontmantelen

In de 1e helft van de 19e eeuw zijn in veel vestingsteden de stadswallen aangepakt. Ze werden overbodig en boden geen of weinig bescherming voor de stad. Onderandere in steden als Tiel, Middelburg en Wageningen werden stadswallen geslecht. Ook in Purmerend werden ook plannen gemaakt, voornamelijk omdat het centrum volgebouwd was en er behoefte was aan meer ruimte. De eerste ontwikkelingen vonden rond 1839 plaats, de tweede rond 1860 en de Noorder stadswal werd pas rond 1900 afgegraven. Meelmolen “De Noord” stond op de grondwal en pas in 1903 toen molen verbrandde, kon men ook daar ruimte maken voor plantsoen.

Een van de oudste opnames die Purmerend kent en ook nog van de oostkant genomen foto van de meelmoen “De Noord” Een mooi verslag kunt u lezen op https://www.purmerendsverleden.nl/verhalen/vijftig-jaar-geleden-verloor-purmerend-de-meelmolen-van-van-der-lee/

Men kon de vrijgekomen grond gebruiken voor nieuwbouw maar ook voor plantsoen. De stadscentrum heeft nagenoeg geen groen, alleen rond de Koemarkt en de kerk stonden wat bomen en een begraafplaats. Verder was het de buitenring waar wat tuinen te vinden waren. Daarnaast alleen wat bomen in de straten. Door de vestingwallen te slechten kon men het groen uitbreiden langs de gracht. Het werd een groot project en moest een architect  het gaan ontwerpen.

Een Lommerrijke Koemarkt

Een van de plekken met veel bomen was altijd de Koemarkt. Ook hier had deze een belangrijke functie. Al in de 17e eeuw was er op de Koemarkt een veemarkt. Het vee werd over het algemeen lopend of via de scheepvaart aangevoerd, soms al dagen van te voren. Het duurde vaak ook lang voordat het vee weer weg was. De bomen op de Koemarkt gaven bescherming tegen zonlicht, maar ook tegen de hoge temperatuur. Zelfs begin 1900 was het niet anders. Toen de auto haar intrede deed, kwam er transport van vee, stro en hooi. Ook werd het vee op een snelle manier aan- en afgevoerd. De Iepen daarentegen werden altijd rijk van meststoffen voorzien en groeiden zeer goed.

Doordat de functie van de stadswallen verdween, werd er ook geen aanvulling van de wal uitgevoerd en zakte deze langzaam in. Uiteindelijk kon men beter de grond rond de stad beter gebruiken voor ander onderhoud en uitbreidingvan de stad. Langzaam maar zeker veranderde de stad aanzienlijk. Waar het centrum geen of weinig zicht had op het buitengebied, was het weidse gebied een openbaring. Bestuurlijk gezien werd er steeds meer op gedrongen dat de vrijgekomen ruimte snel tot ontwikkeling ging komen.