Een van de grote veranderingen in de historie van Purmerend is de droogmaking van de Beemster. In de 16e eeuw en ervoor bestond de stad voornamelijk als vissersstad. Na 1612 moest de stad een andere koers varen. Zo werd de stad van een vissersstad een marktstad, waar vee, groente en fruit een belangrijke handel zou gaan worden. Nog steeds, na 400 jaar is de markt een bepalende schakel voor de stad Purmerend.

historie1historie2Op de linker kaart van Purmerend (1580) is de Beemster nog een meer, de plannen voor droogmaken zijn al in volle gang. De spil om deze historische gebeurtenis is Jan Adriaanszoon Leegwater. Op de rechter kaart is de Beemster nog niet zo lang droog, wat wel opvalt zijn de de wallen en de poorten die Purmerend in die periode heeft aangelegd. Het was nodig vanwege de Spaanse dreiging in Holland

Ook is er voor de visserij voor Purmerend veel veranderd. Voor 1612 zijn er veel nieuwe afspraken en rechten op papier gezet voor de Purmerenders en de nieuwe bewoners van de Beemster. In enkele boeken zijn deze rechten beschreven, bv. Waterland van Jan Mens en Bedijking, opkomst en bloei van de Beemster van Jacob Bouman. ,

Waterland van Jan Mens

Het boek geeft een mooie beschrijving hoe het in de 17e eeuw zich voordeed bij het droogmaken van de Beemster.

Een grote naam als Jan Adriaanszoon Leegwater, die met het idee kwam om het grote meer naast Purmerend te omdijken en met een 40tal molens het water uit de Beemster te malen. Dat het niet allemaal zonder slag of stoot ging, kan men rustig aannemen. Er kwamen natuurlijk vele problemen die opgelost dienden te worden. Er moesten goede afspraken gemaakt worden en veel geld op tafel gelegd te worden om het plan te realiseren. Een aantal rijke kooplui uit Amsterdam werden bereid gevonden om in het plan veel geld te steken. Een van de problemen waarmee men te maken kreeg, was het visrecht van dit water.

slotpurmerstein3

Het slot Purmerstein waar het besluit tot droogmaken genomen werd.

Jan Mens zegt in dit verhaal o.a.

“De Riddershap, Edelen en Steden van Holland en West Friesland, representeerde de Staen  van denzelven lande doen te weten, dat wij ten verzoeke van den Heer Lamoraal, Prins Van Gaveren etc., ten zijnen behoeve in deselfs presentie door onze gecommitterden binnen de stad Alckmaer verkocht ten hebben en verkoopen bij deezen aan Mr. Adriaen Teding van Berckhout den erfpacht en profijten der visscherijen en sluizen van den Weeren met toebehooren, zoo die gelegen zijn te Purmerende…”.
Neen, dat was lang geen slechte dag, toen Mr. Adriaen Teding van Berckhout voor een civiel prijsje dit Recht verwierf….

Langzaam, zin na zin spellend als zit er een hemelssmaak aan, leest hij het lange stuk door, leest sommige passages nog eens over en vouwt het  zorgzaam toe. Zuinig bewaren, dit kostbare schriftuur. Het kan nog wel eens te pas komen, wie weet…. Want als de geruchten juist zijn, als een sociëteit van Amsterdamse Heren het plan koestert de Beemster droog te malen, dan zou het heel goed kunnen gebeuren dat dit document nog eens ter tafel zal moeten komen….
Berckhout zakt achterover in de groen beklede zetel, zijn hoofd steunt in zijn hand. Hij peinst: Sinds 1601 bezit hij nu het Recht tot visserij op den Weeren, het water tussen de Beemster en de Purmer. En het heeft hem, met Gods hulp, een slordige duit opgebracht. Niet dat hij zelf de aal en de karper heeft gevangen — aan verpachtingenben heeft hij dat geld opgehaald. Als nu de Beemster droog valt, is het uit met de visserij. En dan is het gelijk tijd om een stevige schadeloosstelling te eisen… Of misschien hoeft hij niets te eisen, misschien willen de Heren bedijkers de zaak in der minne beschikken en hem ongevraagd behoorlijk contentement doen… Tja ja, behoorlijk contentement. Mr. Adriaen Teding van Berckhout strijkt met de hand over zijn grijze haren, hij peinst: Als hij eens naar Amsterdam ging, en een van de Heren kooplieden probeerde te polsen? Misschien valt er nog wat te braden, het geld ligt toch voor het opscheppen…. Ja, dat is het beste: communicatie met de bedijkers, en vooral blijk geven van goede wil—- daar bereik je in deze tijd het meeste mee. Het zijn machtige Heren daar in Amsterdam, en nog machtiger zijn hun vrienden in de Staten. Zo zien te schipperen dat de betaalde koop misgaders de uitgeschoten penningen gekwitterd worden, en daarboven een schadeloosstelling… Mr. Teding van Berckhout legt het kostbare stuk voorzichtig op de stapel, bindt er zorgvuldig  een bandje om. Ja, hij gaat naar Amsterdam, hij gaat poolshoogte nemen. Misschien is het mogelijk óók een gokje te wagen in de bedijking—- Als zulke gehaaide kooplieden als de Amsterdammers er iets in zien, dan kan hij het wel eens wagen… Langzaam komt hij uit zijn zetel, sloft op zijn muilen naar de kast en bergt de akten in een geheime lade. Krr! zegt de sleutel…

In dit verhaal blijkt maar weer dat de visrechten van de Where in 1600 van grote waarde was en daar ook mee gespeculeerd werd. Grote bedragen gingen met de verpachting gemoeid.

afdxi5

Op deze plattegrond van Noord Holland zijn de Beemster, Wormer en de Purmer nog niet drooggemaakt.

Bedijking, Opkomst en Bloei  uit 1857 van Jacob Bouman.

Er wordt in dit boek duidelijk beschreven dat er (vis) rechten bij de droogmaking van de Beemster werden vastgelegd. Uiteraard in het oud-Hollands.

Een beschrijvig hiervan: Terweer, de Weeren of de Weer, was een water, gaande in oostelijke rigting voorbij het oude dorp de Purmer; hierdoor had de Bamestra meer gemeenschap met de Purmer. Dit water moet, van wege zijne visscherijen, al vroegtijdig belangrijk geweest zijn, wijl in den giftbrief van Hertog Willem van Beieren, waarin Willem Eggers met de heerlijkheid van Purmerende wordt geschonken, de visscherij Terweer werd voorbehouden. Enige op gezegde visscherij betrekking hebbende bescheiden, zullen, omdat deze in eenige verband met de bedijking van de Beemster, als bijlage worden medegedeeld (1)

Behalve dat de Bamestra-meer aan vele andere omliggende dorpen voortdurend eene belangrijke bron van vischvangst aanbood, en daardoor zeker  een groot  aantal behoeftige huisgezinnen een middel van bestaan opleverde; zoo was inzonderheid de visscherij op de omliggende meren voor de bewoners van Purmerende en Neck inderdaad van zeer groot belang. De bewoners van Purmerende waren, toen dit nog slechts een dorp was, voor een groot gedeelte vissers; terwijl ook het daaraan grenzende dorp Neck, hetwelk in de vroegste tijden  zeer welvarend moet geweest zijn, door zijne bekwame vissers reeds van ouds eenige vermaardheid schijnt te hebben verkregen. Men wil, dat zij van hier de aal of paling in schepen met doorboorde kielen naar Engeland vervoerden.
Andere beweren, dat de Purmerender vissers zich met de buitenlandsche verzending bezighielden. Hoe het zij, het is niet te betwijfelen, dat de gelegenheid voor dit bedrijf hier, tusschen en te midden  van een drietal meren, door ruime waters  onderling vereenigd, zeer gunstig moest zijn, en voortdurend, zoolang  de droogmaking goet werd ondernomen, aan dien stand belangrijke voordeelen zal opgeleverd hebben.

De beroemde Junius zegt elders: “Er zijn nog vijf niet drooggemaakte meren over, welker droogmaking niet zal doorgaan vanwege hare grootheid en gelegenheid en voordeel der visscherij.” Vervolgens van Purmerende sprekende, merkt hij aan, “Deze plaats, weleer zoo gelukkig in de aalvangst, zond jaarlijks vele schepen met groot gewin en voordeel naar Groot-Brittanië, naar Londen, zijnde gemaakt met doorboorde kielen, om door tusschenspeling van het water de aal vrije ademhaling te laten.”

Dat tijdens het droogmaken van de Beemster nog veel visch in het meer gevonden werd, blijkt uit hetgeen wat Leeghwater daarvan heeft aangeteekend; hij zegt elders “Toen de Beemster ten naasten bij droog was, zoodat men daar niet langer met hun schuiten over varen kon, zoo is aldaar in den zomer veel volk ingegaan met manden en zakken, naar de Kil toe door de slibber, heeft aldaar bij menigte visch en aal gegrepen en te huis gebragt, gelijk ik zelf mede gedaan heb”

Dat de scheepvaart op het Bamestra-meer sedert onheuglijke jaren belangrijk was, is buiten allen twijfel; niet allen toch was het als een uitmuntend vischwater steeds door visschersvaartuigen veel bezocht; maar ook in tijden van oorlog en strijd zag men meermalen gewapende vaartuigen op dit water kruizen. Zoo bestookte graaf Floris V in 1282 de West-Friezen met Koggescheepjes langs dit meer; terwijl in later tijd, gedurende den langen worstelstrijd met Spanje, het Beemster-meer herhaaldelijk door strijdbare bodems werd bevaren, zoo als in 1574, toen de Waterlandsche vloot de Zuiderzee bewaakte.

De aalvangst was voor 1612 een belangrijke bron van inkomsten voor de stad Purmerend, ze had in Londense haven zelfs een eigen aanmeer plek om hun aal aan te bieden. Het werd voor Purmerend een omschakeling van visserij naar landbouw en veeteelt.

afd1

De zo beroemde Where raakte haar waardevolle visstand kwijt doordat  de meren drooggemaakt waren.De Beemster in 1612, de Purmer in 1622 en de Wormer in 1626.

 

 

Bedijking, Opkomst en Bloei van de Beemster.

Tijdens een van de vele zittingen in het slot Purmerstein werd een contract gesloten die waarschijnlijk vandaag de dag nog steeds geldig is. De inwoners van Purmerend hebben feitelijk het recht om te vissen in de Beemsterringvaart zonder lid te zijn van een hengelsportvereniging. Wel is nodig een sportvisakte.

Zie de tekst zoals deze besloten is in 1657.

“Accoord tusschen de Stad Purmerende en de Beemster nopende het visschen in de gemeente De Beemster en de omliggende Ringsloot van dien.

“Alzoo tusschen de Heeren Burgemeesteren en Vroedschappen van de Stad Purmerende voor hunne ingezetene ter eenre, en de Heren Hoofd-Ingelanden, Dijkgraaf en Hooge Heemraden van de Beemster ter andere zijde die differenten waren ontstaan, nopende het visschen in de Beemster en de Ringsloot vandien, waarover door dezelve Heeren van Purmerende twee distinte mandenmaker van manifectur waren geligt, het eene aangaande het visschen in de Ringsloot, het andere belangende het visschen binnen de Ringdijk, en daaruit niet anders dan vele onheilen en feitelijkheden waren tegemoet te zien tot nadeel zoo van de eene als van de andere partij; zoo zijn de gedeputeerde van de gemelde wederzijdsche partijen, door tusschenspreken van den Heer Mr Francois Riggen, Raadsheer in den Hogen Raad van Holland , in minnelijkheid tot wederligging van alle disputen en onenigheid verdragen en geaccordeerd op approbatie van hunne respectieve principale in deze voegen, namelijk;

dat die van Purmerende voor hunne ingezetene voortaan zullen hebben de vrijheid om van Draaioord voorbij Purmerende, west op tot aan het zuydend van den Wormerweg toe, te mogen visschen in de Ringsloot met allerhande loopend  want onder restitutie van de Heeren van de Beemster alreede gemaakt of nog te maken tegen het onbehoorlijk visschen, en speciaal zonder schade te doen aan den Ringdijk, schoeiingen en rietwallen van dien, zulks dat, wanneer de Heeren Hoofd-Ingelanden voornoemd de Ringsloot komen te verpachten, hetzelve

“Waarmede ten volle casseren, dood en te niet zullen zijn alle verdere pretensiën van de voornoemde  Heeren van purmerende en ingezetenen van dien, zoo belangende het visschen binnen den Ringdijk van den Beemster, als aangaande dezelve Ringsloot; dienvolgens ook in cas van approbatie, partij wederzijds wederom gesteld in buuren in  vorigen staatvan onderhouding van goede vriendschap wederzijds, en voortaan van wederzijden zoeken te vermijden alle verdere onlusten, maar integendeel helpen bevorderen ieders goed regt en welvaart.

“in oorkonde hiervan gemaakt twee gelijkluidende instrumenten door gecommitteerden van wederzijden, op approbatie als voren van hunne respective principalen onderteekend.

“Actum Amsterdam 30 december 1656

“Wij burgemeesteren en Vroedschappen der Stede Purmerende, gezien en feexamineerd hebbende het provisioneel accoord hierboven staande, hebben na deliberatie hetzelve bij resolutie van den 14 januari l.l. geapprobeerd, gelijk wij het approberen bij dezen, belovende dien volgende voor ons en onze nakomelingen in officio het voornoemde accoord opregtelijk en trouwelijk te onderhouden en doen onderhouden zonder arg of list. Te oorkonde dezen door onzen Secretaris doen teekenen.

“ Op het Raadhuis te Purmerende, 14 februari 1657.

Ter ordonnantie van Burg” en Vroedschappen voornoemd.

G. Schot, Secretaris

“Het vornestaande accoord bij de Heeren  Hoofd-Ingelanden, Dijkgraaf en Hooge Heemraden van de Beemster gezien en geexamineerd, is bij dezelve na deliberatie en geratificeerd bij dezen, belovende van hunne zijde en van waarde. In oorkonde is deze ter presentie en ten overstaan van den Heer Dijkgraaf Dirck van Oss, Abraham Alewijn en Jan Loten, die nevens den Heer Burg” Gerard Schaep, Heer van Kortehoef en Dr. Petrus Clock, dewelke door noodige belet is absent gebleven, bij resolutien van de gemelde Heeren Hoofd-Ingelanden, te dato den 6. dezer maand, specialijk tot uitwisseling van de ratificatie zijn gecommitteerd en geautoriseerd bij den Secretaris van de Beemster.

Actum Purmerende 14 februari 1657

Hendrik Fransen,

Secretaris”

Zo was het in de 16e eeuw, Purmerend omklemt door 3 meren. In de loop van de 17e eeuw zou dat drastisch veranderen. Vooral voor Purmerend als vissersdorp zou er veel verandering komen. De stad kreeg stadswallen en een stadsgracht, 5 poorten die afgesloten konden worden. De droogmaking van de Beemster heeft wereldbekendheid gekregen doordat de UNESCO de Beemster als werelderfgoed aan te wijzen.

Het was dus Jan Adriaanszoon Leeghwater die ervoor gezorgd heeft dat Purmerend van vissersstad naar een marktstad is gegroeid.