Mijn jeugdjaren op het  Jhr. Van Cittersplein 1963 – 1969

De man die geen straat zich vernoemde na zijn dood. Dan maar een plein

Wij hadden een groot gezin en het huis op nummer 91 in de Vooruitstraat was niet ideaal. We sliepen met ons vijven op de zolderruimte, mijn ouders sliepen  in een aparte slaapkamer aan de voorkant.

We kregen de mogelijkheid om een flat op het Jhr. Van Cittersplein 180 te krijgen. Wat een weelde! Vijf slaapkamers in de flat, voor allemaal een eigen slaapkamer. Zelfs een grote tuin hadden we erbij.   

Constantijn van Citters.

De woonwijk heeft de namen gekregen van vroegere burgermeesters van Purmerend. Jhr. Constatijn van Citters (1841-1903) was burgermeester van Purmerend.  Op vrijdag  9 oktober 1903 is Jhr. Van Citters tijdens zijn ambt verdronken in het Noord Hollands kanaal. De begrafenis vond plaats op de oude Algemene Begraafplaats, waar zijn graf nog steeds is.

Het Jhr.Van Cittersplein in aanbouw.

De eerste bouwactiviteiten in de Overwhere ontstond rond 1958 op het Cavaljeplein. Een jaar later was het Jhr. Van Cittersplein klaar. Foto’s  van de bouw.

Hoe zag de buurt rond het  Jhr. Van Cittersplein in  1963 eruit.

Eenmaal op het Cittersplein wonende  hield voor ons de wereld op,  je kon niet verder dan de spoorlijn. Het station Overwhere was er niet en de Wheermolen was nog weiland. Langs de spoorlijn waren allemaal volkstuintjes waar wij er ook een hadden. De flats van Sportlaan en de Merwedestraat stonden er nog niet. Purmersteijn verhuisde van het veld over de sluis naar  een nieuw complex “De Dop” met maar liefst drie velden. Sporthal “De Beukenkamp bestond nog niet, uiteraard ook het industrie terrein “Kadijkerkoog niet’.

Zo had je aan de IJsendijkstraat een mobiele snackbar van Klappe ter hoogte van de Hooft Hasselaarstraat. Patat een kwartje een en patat met dertig cent. Ik heb daar  heel wat patat genuttigd.

 Je had bij het plein twee scholen, een kleuterschool de “Blokkendoos” en een lagere school “De Dopschool” Wat ook opviel, was de noodwinkels van het De Vriesplein. Verscholen in garages, ijzerhandel Kleerebezem zat in een garage op het Cavaljeplein en WePeKa schoenen zat op het garageplein in de Gasinjetstraat.  

Na ruim 40 jaar stopte de zaak van Kleerbezem ijzerhandel

Men heeft  het nu vaak over de jeugd van tegenwoordig. Een categorie die het niet makkelijk heeft al zegt men vaak van niet. De jeugd van tegenwoordig vind ik een negatieve benaming voor de jongeren van nu. Het is een aantal groepen jongeren die verdeelt is en zich vaak niet door de ouders laten beïnvloeden. Vooral veel  ouderen zijn vaak angstig voor deze groepen en kunnen geen positieve invloed op hun uitoefenen. Discussies genoeg worden nu gevoerd over dat probleem. Je kan je afvragen of dat alleen van deze tijd is. Ik zal je uit de droom helpen  want dat is dus absoluut niet zo. Vroeger had je ook hangjeugd en bendes, vooral in Amsterdam,  maar ook, weliswaar in mindere mate, in Purmerend. In dit verhaal zal ik vertellen waarom.

Eerder heb ik een stukje geschreven over de kerstbomenoorlog tussen groepen jongeren in de stad. Weliswaar een onschuldig gebeuren rond kerst, maar toch waren er wel eens vechtpartijen in de strijd om de kerstbomen. In de stad had je groepjes jongeren die met elkaar spelen, voetballen en andere dingen deden. Ook had je deze op het Jhr. Van Cittersplein. Daar woonde veel grote gezinnen. De Brouwertjes, de Schenkies, de Luppertjes en  de Kramertjes. Dit waren enkele van die grote gezinnen. Veel jonge gezinnen vonden hier hun nieuwe plek.  Dat gebeurde rond 1963. Ik weet wel dat ik de strenge winter nog beleefde aan de Vooruitstraat. Het ijs was meer dan een halve meter dik en in juni kwam je nog ijs tegen in de grond.

De bouw van de flats was druk gaande en de eerste perikelen rond de Wheermolen was begonnen. Het land werd opgespoten  en  de noodstraten  werden aangelegd. De Wheermolenbrug ( in de volksmond werd deze de schroothoopbrug genoemd vanwege de enorme partij schroot die aan de Purmerweg lag van de Boer en Slooten) werd gebouwd en heeft nog lange tijd open gestaan omdat de Churchilllaan nog niet af was. Op het Cittersplein gebeurd van alles. De bouw van de Wheermolen was voor ons een voordeel want je kon daar goed struinen. Mijn vader was ziek en mijn moeder liep de Noordhollandsche  Courant en verdiende een leuk centje door veel nieuwe klanten te werven voor de krant. Een fiets met een grote krantentas werd gebruikt om rest hout, afgezaagde heipalen uit de Wheermolen naar huis vervoerd en gehakt tot brandhout voor de kachel. Van Beers op het Wormerplein verkocht antraciet in papieren verpakking. Tig keren heb ik viertjes en/of vijfjes antraciet  gehaald. Dit was een maat voor de kolen. We hadden een grote flat met een beneden achteruitgang, werd het brandhout opgeslagen voor de winter. Je kon de Wilgenhoek lekker zwemmen, je moest dan wel via de oude Beemsterbrug en dan die lange dijk over. Ordinair gezegd, het was een “pokke end lopen”. Al snel werd dat beter toen het zwembadbruggetje gebouwd werd. Dit werd gedaan  door aannemer Groot uit de Woude. De periode van de “hangjeugd van toen” brak voor mij aan.       In de zestiger jaren van de vorige eeuw ontstond ook Jeugdstad. En als je het over Jeugdstad hebt dan werd daar alles ontdekt wat ouders liever niet weten. Er werd heel getimmerd en gebouwd, allerlei hutten werd door de jongeren gemaakt. Iedere hut werd ingericht om zogenaamd in te wonen.