Mijn start

Ik ben begonnen op de Lagere Tuinbouwschool “Linnaeus” in Amsterdam, daarna volgde ik de Rijks Middelbare Tuinbouwschool te Hoorn. In de loop van mijn carrierre heb ik nog vele cursussen gedaan.

1e hoveniersbedrijf in Wormer

Bij de gebroeders Koelemeijer in de Beemster en Wormer heb ik veel geleerd over het aanleggen van tuinen en ook het netjes opknappen en onderhouden van tuinen.

2e hoveniersbedrijf in Krommenie

Zoals de meeste leerlingen, hadden we al een baan voordat we van school gingen. Ik kwam bij hoveniersbedrijf Op den Velde terecht, een bedrijf waar ik al een paar jaar werkte in mijn vrije tijd en stageperiodes. Het was hard en lang werken en maar vooral veel verdienen. Ik kwam overal in grote tuinen te werken en ook wijkonderhoud in de gemeente Haarlem en Wormer. Aanleg en onderhoud was mijn ding. Ik had nog geen rijbewijs, maar ik moest wel elke dag naar Krommenie en ook nog heel vroeg. Kwart over vijf was ik al op weg naar Krommenie. Mijn doel was werk te vinden dichterbij, het liefst in Purmerend.

Het Burgemeester Rein Kooimanpark met op de achtergrond de voormalige U.L.O. In 1977 was het in gebruik door Gemeentewerken van de gemeente Purmerend. Het Rein Kooimanpark is een ontwerp van P Baas van de Grontmij uit 1966. Het beslaat een oppervlakte van ongeveer 4 ha. Zoals omschreven is het een wijkpark volgens geometrische patronen en structuren. Het park heeft specifieke onderdelen met mooie waterpartijen, een Rosarium en diverse vaste plantenborders.

Gemeente Purmerend plantsoenen

In 1976 werd personeel gevraagd bij de gemeente Purmerend. Ondanks dat ik in Krommenie een mooie baan had, zag ik bij de gemeente Purmerend meer toekomst. Purmerend was een stad die enorm aan het groeien was. En dat bood mogelijkheden inPurmerend omdat toen bijna alles in eigen beheer uitgevoerd werd.

1 maart 1977

Nadat ik een sollicitatiebrief geschreven had, mocht ik op gesprek komen. Dat gebeurde in de oude U.L.O barakken aan de Burg. D. Kooimanweg. Daar zat de directie Gemeentewerken en de afdeling Plantsoenen. Even daarna moest ik op kantoor komen om het financiële gedeelte af te ronden. En 1 maart 1977 was het zover, er was mij niet verteld waar ik starten moest. Dus was de naar een plek wat ik wist, n.l. de Overwheersepolderdijk 4A boerderij Kanaan. Daar zaten mijn toekomstige collega’s van de afdeling plantsoenen. Ik was niet gemeld bij de mannen en de toenmalige voorman ging met mij eerst op pad, waar ik moest beginnen. Hij ging naar de opzichter en s’ middags opgehaald door een collega. Ik verhuisde dezelfde dag naar de Dop, daar was een onderkomen van de Overwhere 1 en 2. Ik kwam terecht bij een groep in de Overwhere 2 (noord), deze wijk was aan haar laatste fase van aanleg bezig. Nog niet alles was volgebouwd.  De Overwhere 2 was verdeeld in 3 wijken. Ik mocht starten als maaier in de wijk en ging meedraaien met een andere maaier om het vak te leren. Een zelfstandig beroep, maar ik wilde toch wel het echte werk in en had het met de opzichter besproken. Hij vond dat ik daar wel gelijk in had en er werd toch een nieuwe ploeg samengesteld voor de nieuw aan te leggen wijk in Ilpendam.

Ilpendam

De snelheid van het uitbreiden van Purmerend geschiedde maar er lag een nieuwe wijk gepland op het grondgebied van Ilpendam. Het was nog niet overgeheveld naar Purmerend. Zo zijn we gestart in Ilpendam en werkten we eigenlijk niet voor Purmerend. Het bord Purmerend stond bij de Purmerweg en andersom  stond er langs de Jaagweg het bord van de gemeente Ilpendam. Na een half jaar veranderde dat en kwamen we voor Purmerend te werken. Een groep van 5 collega’s was er geformeerd als aanlegploeg. In die tijd werd alles nog in eigen beheer uitgevoerd en was er ook een kwekerij van eenjarige plantjes te vinden aan de Overwheersepolderdijk. Tevens werden daar ook struiken en bomen opgekuild voor gebruik in de nieuwe wijken. Naast de gemeentekwekerij, was er ook een kwekerij op het Trimpad, een boomkwekerij c.q. opslag van  bomen en aanverwante artikelen . De boerderij is daar blijven staan  lag pal tegen de spoorlijn aan. Bijna 50 jaar heeft deze plek voor de afdeling Plantsoenen gefunctioneerd. Purmerend groeide zo hard dat er veel personeel gevraagd werd. Zo werd er ook uit het eigen personeel voorlieden gekozen. Daar had ik voor gekozen en mocht ik in 1979 mijn eerste project uitvoeren. Dat was het wijkje Klaproos en Wilgenroos. Met een oude voormalige tulpenkweker en een fruitkweker waar ik samen op de R.M.T.S zat, gingen we de klus aan. Grote tekeningen waar alles op stond om het plantsoen aan te leggen. Het transport gebeurde via een trekker met wagen en zelf deden we het transport met een 2 wielige Agria met een kar erachter. Daar konden we alles mee vervoeren, zelf hadden we een keetwagen om in te eten en koffie te drinken en een keetwagen waar het gereedschap en de spullen als kruiwagens, schoppen, harken, palen en boomband in lagen. De bomen en beplanting werden in het opgehoogde zand opgekuild. In die snelheid van groei van de stad, moest ook de wijk aangekleed worden. Er werden veel snelgroeiende bomen en struiken geplant zodat de wijk binnen een paar jaar al een volwassen uiterlijk kreeg. Diverse plantwijze  werden gebruikt waar ook een snoeiplan aan gekoppeld was. Wijker en blijver systeem, zowel in de heestervakken en als bij de bomen gebeurde dat. Het had voordelen dat langzaam groeiende  bomen zoals Eiken, Esdoorns  en andere tijdelijk door snelle groeiers als Populieren, Wilgen opgevangen werden. De bedoeling was dan ook dat deze gekapt werden wanneer het nodig was. Het loopt niet altijd zoals het zou moeten zijn. Over het algemeen is het geld wat een rol speelt. Maar toch is Purmerend altijd een Groene Stad gebleven.  

Het Purmerend van nu heeft ruim 32000 bomen binnen haar stadsgrens. Daarvan zijn een aantal die als monumentale bomen geregistreerd staan. Daarnaast zijn er ook verschillende particuliere bomen die als monumentaal beschouwd kunnen worden.

De geschiedenis van de plantsoenen en in het bijzonder de bomen van Purmerend zal ik gaan beschrijven.