In het Waterlandarchief is deze brief aanwezig, Karel Georg Zocher geeft in deze brief een uitleg over het matige onderhoud van de grachtengordel. Er was buiten de stad nog geen uitbreiding te zien. De brief is letterlijk vertaald in het oud Nederlands.

Rapport aan het Edel Achtbaar Gemeente Bestuur Stad Purmerende ingevolge ontvangen misfive van den U dezer, in Persoonlijke opneming van het Gemeente Plantsoen.

Door den Architect K.G. Zocher

                                                               Utrecht de 20 october 1861

De gevorderde inkorting van het plantsoen aan de Amsterdamsche poort hebben het aanzien van hetzelven , En welk bij het opkomen en inkomen van de Stad zeer benadeelt, En welken door eene verfraaiing van nieuw, en meer geschakeerd plantsoen bij wijze van uitrooiing  der voorregels en weder inplanting tegen de bestaande fakken moest worden tegemoet te komen.

In de mondeling bij de Touwbaan langs de regte rei Iepe boomen, zoude eene aangenamer bocht opleveren / doordien voornoemde Baan alsnu genoegzaam is gemaskeerd, en met eene opoffering van vijf stuks  Iepe Boomen het fak aan de waterkant  tevens zoude vergrooten door bijplanting van een nieuw doortig plantsoen tegen het bestaande.

In de mondeling doorgaande ontmoet men op de sprong der zelven vier stuks iepenboomen- waarvan slechts eene boom, en wel de middelste moet blijven staan het welken men bij den Aanleg gemeend heeft uit te moeten stellen tot het geheel beter gedekt zoude zijn- als ook diende noch enkele boomen op het gras staande hier, en elders , tot verruiming , voor de overige boomen, en behoud voor het daar onderstaande plantsoen te worden uitgerooid.

De twijfel door het Achtbare Bestuur geopperd van het tegenwoordig al of niet goed onderhouden van het gemeente plantsoen moet ik beantwoorden door mijnen bevindingen, het wenschelijk was geweest van den beginnen af aan nu22 jaren geleden men jaarlijks voor eene behoorlijker uitsnoeing van boomen en bij gedeeltelijke afkapping van de fakken plantsoen daar voor nog op de Iepen boomen ingevolge mijne aanwijzing aan den Heer Gemeentearchitect in toepassing worden gebragt, te meer, deze boomen kunnen jaarlijks minder groei, in de kroon aantoonen.

In het doorzichtige op enkele plaatsen, der beplanting kan op deze wijze niet snel meer worden voorzien maar diende door uitvoering van voorregels, enz. en inplanting van dezelve met eene meerdere geschakeerde sortering van plantsoen te worden verholpen- evenals andere fakken doordien de inboeting welke meestal met eensoortig plantsoen , is geschied, eene zeer eentoonigen, en niets bevalligen wandeling of overzicht op het Gemeenteplantsoen oplevert, en alzoo, niet meer aan den eisch van hetzelve voldoet.

En tot herziening in het voorgenoemde heb ik de eer aan het Achtbaar Bestuur voor te stellenvan de bepaalde begrotingssom voor het Gemeenteplantsoen met p.m. f 300,00 te vermeerderen, tot verfraaiing en arbeidsloon waarvoor ik bereid ben zonder aanneming van de te leveren plantsoenen eene lijst van hoeveelheid, kwaliteit en sortering , aan het Bestuur in te dienen.

En naar ontvangst dezer plantsoenen, nog eens over te komen tot aanwijzing op de daarvoor best geschikte punten te planten.

Door het overige heeft mijne bewandeling met den Heer Gemeente Architect Zijn Edele op de hoogte gebragt van datgene Z. Ed. Gaarne verlangde te weten.

In het vertrouwen door deze de behoefte van het Gemeenteplantsoen aan het Achtbaar Bestuur naar verlangen kenbaar te hebben gemaakt, heb ik met aanbevelingen hoogachting de eer te zijn.

U wel Edele Achtbaren U w Dienaar

                                                               K.G. Zocher