De grachtengordel van Purmerend.

In een stukje voorgeschiedenis van de demping van de Where laat ik de verandering zien van de noordkant van het Centrum van Purmerend. Hoe het oorspronkelijk was en hoe het uiteindelijk geworden is.

De kaart van Frederik de Wit uit 1680 laat de noordelijke buitenrand van Purmerend zien. De Hoornse Poort heeft hier verbinding van de stad naar de Overweerse Polderdijk, in die tijd de hoofdweg naar Hoorn. Je ziet op deze kaart de oude Where lopen, een waterloop, rivier of een verbindingswater tussen de meren Beemster en Purmer. Honderden jaren heeft Purmerend haar handel via de Where gehad. Ook had de Where een rijke visstand.

Voordat de eerste Purmerenders hier woonden, stroomde de Weere als een brede rivier tussen de Zuiderzee en het Beemstermeer. Het water werd voornamelijk gebruikt voor aalvisserij, maar kreeg grote betekenis voor de handel in Purmerend. Het was eeuwenlang de levensader van de stad met zoutkeet, bierstekers, zeepziederij, scheepswerf, touwslagerij, kuiperij en vele andere bedrijven en verschillende markten. Dat betekende veel werk en groei van de stad. Vijf eeuwen later moest het water wijken voor autoverkeer.

Bier werd gelost op de Bierkaai en naast de aanvoer van vis kwamen er ook kaasboten. Geregeld konden bewoners Zeeuwse winteraardappelen rechtstreeks uit de schuit kopen en boter en augurken werden vaak onderweg naar de veiling via ‘handjeklap’ verkocht. In 1926 werd de Singelgracht gedempt en kreeg de Where last van ondiepten, waardoor schuiten vastliepen en de gemeente hoge kosten moest maken voor het uitbaggeren. In 1929 werd de bagger gebruikt voor het bouwrijp maken van de Hazepolder. Om de haverklap duikelde er iemand het water in en daarvoor was er de Purmerender Reddingsbrigade. Ook vee en automobielen namen geregeld een duik, vooral bij de Kalversteeg en Peperstraat.

Snoekverbod

Een jaarlijks hoogtepunt was de intocht van Sinterklaas. Na een korte ontvangst aan de Kanaalkade stoomde de boot door de Where naar het Looiersplein, gevolgd door een muziekkorps en ouders met kinderen aan de wal. Veel Purmerenders gooiden een hengeltje uit in de Where en groot was de ergernis toen een snoekverbod werd ingesteld. Na veel protest werd het verbod ingetrokken. Aan het eind van de 19e eeuw begon de ontwikkeling van de buitenrand van Purmerend. Naast de Overwheerse Polder ook het Whereplantsoen, vroeger het Noorderplantsoen. Deze was voor 1965 een stuk groter dan nu het geval is. Ook achter de Bierkade en het Venediën lag een grondwal. Deze werd volledig afgegraven, tot aan het Molenplantsoen, daar stond meelmolen “De Noord” en die was nog volop in functie.


Eenrichtingsverkeer

In 1956 kwam raadslid Karel Bakker (CPN) met het voorstel de Where te dempen ‘als oplossing voor het nijpende parkeerprobleem en de hoge kosten voor onderhoud van de bruggen’. Er volgden vele vergaderingen en overleg. Een voorstel van marktmeester Peek om in plaats van de Where de Plantsoengracht te dempen ging niet door. De Bond Heemschut en 64 bewoners maakten bezwaar tegen het dempen, maar het ‘Veertiende raadslid’, columnist in de Nieuwe Noordhollandsche Courant, schreef: ‘Stadsschoon moge nog zo mooi zijn, men kan er niet van eten.’

Muurvast

Er kwam een nieuwe Beemsterbrug, waarvoor het karakteristieke brugwachtershuis tegen de vlakte ging en het café van Molkenboer op de hoek van de Koemarkt werd gesloopt om ruim baan te maken voor het verkeer. Vooral op marktdagen liep het verkeer vast en met de ontwikkeling van de wijk Overwhere was volgens de gemeente naast de demping ook eenrichtingsverkeer in de binnenstad noodzakelijk en dat betekende discussie met de ondernemers. Met de openstelling van de Gedempte Where zouden alle verkeersproblemen verleden tijd zijn, maar… op de allereerste dinsdag stond het verkeer weer muurvast.

Met dank aan de auteur, Piet Jonker weidevenner.nl.

Slager Theo Koning maakte deze foto tijdens het dichtstorten van de Where. Voor de stad was dit wel een van de grootste uitdagingen in haar geschiedenis. Allereerst was dit het laatste water wat in de historische stad voorgoed zou verdwijnen. Het zou de stad in tweeën splitsen, de bruggen werden vervangen voor stoplichten. Waar het rustige bootverkeer alleen drukte gaf aan het begin van de week voor de markt, kwam nu het drukke autoverkeer in de plaats.

In 1900 was de noordkant een lommerrijke omgeving, met een mooi wandelpark voor de Purmerenders. Iets verderop was het Molenplantsoen, daar was meer ruimte voor de molen. De molen torende ruim boven het groen uit.

Net aan de overkant had je het Noorderbolwerk of Noorderblock genoemd. Niet ver van die plek heeft tot begin 1900, om precies te zijn 1903 een molen gestaan. Een meelmolen die een paar honderd jaar gedraaid heeft. Een blikseminslag is deze molen fataal geworden en tot de grond toe afgebrand. Molen “De Noord” zoals deze genoemd werd, naast de Hoornsche Poort. De poort was de verbinding naar Hoorn.